Na een goede voorbereiding begin je fit aan het seizoen. Wil je op de laatste speeldag nog steeds fris en fit zijn? Dan is alleen je wedstrijden fluiten niet genoeg.
Trainingsmogelijkheden
Er zijn meerdere manieren om te werken aan je fitheid. Het belangrijkste is dat je er plezier in hebt. Anders is het heel moeilijk beter te worden. Zoek daarom de trainingsvorm die bij je past.
1. Looptraining
Doe minstens eenmaal per week een gerichte looptraining. Daarbij vraag je wat extra's van je lichaam op verschillende gebieden. Bijvoorbeeld explosieve loopacties, snel wenden en keren en dan ook nog eens negentig minuten volhouden. Zo kan je je conditie op alle fronten op niveau houden.
2. In groepsverband of alleen
De ene scheidsrechter draait mee in een COVS-trainingsgroep, een ander traint met een loopgroep van de atletiekvereniging. Er zijn ook scheidsrechters die voor zichzelf lopen en hun eigen programma bepalen. Je kan daarbij de weg op gaan of in het bos lopen, maar vanuit blessurepreventief oogpunt is het slim om voor je looptrainingen een voetbalveld op te zoeken.
Voordelen voetbalveld
De ondergrond is zachter dan bijvoorbeeld een betonnen fietspad (demping!) en vrij van boomstronken en wortels (struikelen!). Bovendien kan je de schoenen dragen die je ook tijdens de wedstrijd aan hebt. Verder kan je voor je training gebruikmaken van de belijning en afstanden van het veld.
3. Sportschool
De sportschool kan nuttig zijn om een aantal zaken te onderhouden, zoals de dieper gelegen rompspieren (rompstabiliteit/corestability). In de sportschool is er echter sprake van een geïsoleerde trainingssituatie. Daardoor is er een groot verschil met wat er in de wedstrijd van je wordt gevraagd. Zo moet je in de wedstrijd bijvoorbeeld bij een snelheid van 16 kilometer per uur stoppen, van richting veranderen en weer versnellen naar 16 kilometer per uur.
Aansluiten op de wedstrijd
Dan kan er in de sportschool nog zo’n mooie loopband staan, daarmee kan je niet trainen op starten, stoppen, versnellen, wenden en keren. En daar gaat het om: dat de (meestal beperkte) trainingsinhoud zoveel mogelijk aansluit bij de fysieke activiteit die tijdens de wedstrijd van jou wordt gevraagd.
Bron: Niels de Vries, die als inspanningsfysioloog bij de KNVB scheidsrechters begeleidt. (http://scheidsrechters.voetbal.nl)